
1954, J.J. van der Smagt in Japan
Olieverf op doek
100 x 100 cm
2022
Een man in onberispelijk kostuum zit onbewogen in een Japans interieur. Zijn gezicht is kalm en ondoorgrondelijk – hij poseert, dat is duidelijk. Alles aan hem is beheerst: de houding, de blik, de stijl. Links naast hem het Japanse letterteken 父 (uitgesproken als chichi ). Het is het formele kanji-teken voor "vader" in de zin van “de vader” of “de vaderfiguur”. Geen liefhebbende of zelfs maar beleefde aanspreektitel. Geen “papa”, maar een begrip, een figuur op afstand. Op de vloer naast het shoji schuifpaneel ligt een witte rat, Japans gelukssymbool, hij is dood.
In de vallende avond ligt de stille tuin onder een laagje verse sneeuw. De lantaarn is ontstoken en een vrouw in winterkimono met wagasa paraplu nadert behoedzaam. Het is allemaal ingehouden en meesterlijk geschilderd: de transparantie van het rijstpapier, de sneeuw op het groen in de tuin, het subtiele licht dat door het paneel valt – elk detail getuigt van verfijning en technische controle. De sfeer is koud maar loepzuiver. Dit werk is geen familieportret, geen herinnering en geen anekdote. Het is een symbolisch tableau van afstandelijkheid, van dingen die gezegd en gedaan hadden kunnen worden, maar onuitgesproken en ongedaan bleven. Alles is aanwezig — behalve nabijheid. J.J. van der Smagt is in 1954 niet in Japan geweest. Maar het schilderij maakt duidelijk dat het voor de schilder weinig verschil gemaakt had, als dat wel het geval was geweest.
Rosalinde Bosworth
